1,5 meter Onderwijs

Anderhalve-meter in onderwijs vraagt om ketenplanning

Anderhalve-meter in onderwijs vraagt om ketenplanning

Deel deze pagina

De afgelopen periode hebben we getracht het COVID-19 virus onder controle te krijgen. Het motto van de overheid hierbij is: “Alleen samen krijgen we Corona onder controle”. Door onze intelligente lockdown is de verspreiding van het virus afgeremd. Door het ingrijpen van de Nederlandse overheid is het gelukt om de IC capaciteit op te schalen en het aantal patiënten dat behoefte had aan IC capaciteit onder de maximale capaciteit te houden. Dit kon alleen door massaal gehoor te geven aan de oproepen om onderwijsinstellingen te sluiten en afstandsonderwijs te verzorgen, thuis te werken, onderling afstand te houden, specifieke bedrijven te sluiten, in de elleboog te niezen en bovenal handen te wassen.

Houdt 1,5 meter afstand

Inmiddels zijn we in de volgende fase aangekomen en zoeken we binnen het onderwijs naar oplossingen om weer fysiek samen te komen. Hierbij moeten we rekening houden met de richtlijnen van RIVM. Een van de belangrijkste is: houdt 1,5 meter afstand.

Iedere onderwijsinstelling probeert invulling te geven aan het hanteren van deze richtlijn. Op social media worden diverse mogelijkheden gepresenteerd: het werken met halve klassen, beperken tot de kernvakken, het werken met een dagspreiding, het blijven aanbieden van online lessen, etc.

Een van de succesfactoren van de intelligente lockdown en de daaruit voortvloeiende effecten, is de massale bereidheid om gehoor te geven aan alle maatregelen. Wat zou het anders voor zin hebben dat bedrijven hun kantoren sluiten, terwijl we privé elkaar wel blijven opzoeken? Juist omdat iedereen heeft meegewerkt, hebben we het gewenste resultaat bereikt. Het motto van de overheid werkt.

Nu staan we voor een soortgelijke uitdaging om onze maatschappij weer op te starten, waarbij we moeten proberen de verspreiding van het virus te minimaliseren en daarmee de vraag naar IC capaciteit blijvend onder de maximale capaciteit te houden. Een belangrijk element tegen de verspreiding van het virus is de 1,5 meter afstand tussen individuen. Deze afstand is niet alleen noodzakelijk in de onderwijsruimtes, maar ook in de gangen, in de kantine, in het fietsenhok, bij de bushalte, in de bus, op het perron en in de trein. Daar waar het praktisch onmogelijk is om 1,5 meter afstand te houden (in de bus en in de trein) dragen we verplicht een mondkapje. Een belangrijk vraagstuk is hoe we het onderwijs regelen in onderwijsinstellingen. In een recente bijdrage van Barend Last worden diverse didactische scenario’s geschetst voor het hoger onderwijs. Op deze manier zullen ook het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs diverse didactische scenario’s kunnen uitwerken.

Het reizen van onze studenten en scholieren

We zullen echter ook moeten kijken naar het reizen van onze studenten/scholieren van en naar de onderwijsinstelling. Het openbaar vervoer zit met een uitdaging dat de capaciteit is verlaagd door alle Corona maatregelen. Dit betekent dat onderwijsinstellingen niet alleen binnen hun eigen instelling moeten kijken, maar juist ook naar het reguleren van de vervoersstromen van en naar de insteling. Hierbij zullen we ook rekening moeten houden met anderen die in dezelfde vervoersstromen zitten. We moeten dus wederom samen kijken naar oplossingen, precies zoals we bij de intelligente lockdown hebben gedaan.

We zien op dit moment helaas veelvuldig aparte initiatieven. Ik zie initiatieven bij tandartsen om op te starten, initiatieven bij kappers, winkels en horeca gelegenheden. We moeten echter ook naar elkaar kijken, zodat het opstarten ook in samenhang gebeurt.

In dit artikel proberen we een bijdrage te leveren aan de onderwijsinstellingen en het openbaar vervoer om samen onze maatschappij weer op te starten. Hierbij gaan we ervan uit dat de fysieke aanwezigheid van studenten/scholieren op onze onderwijsinstellingen gewenst is, omdat interactie tussen studenten/scholieren onderling en tussen docent en student/scholier een belangrijk onderdeel is van het leerproces.

Schaarste in de publieke ruimte: het openbaar vervoer bezien vanuit één onderwijsinstelling

We moeten er samen voor zorgen dat de drukte in het openbaar vervoer laag blijft. Onderwijsinstellingen kunnen dit doen door hun studenten/scholieren uit de spits te houden. Dit kan op meerdere manieren.

1.     Verschuiven van de openingstijden

De eerste mogelijkheid is het verschuiven van de openingstijden. Dit betekent later beginnen (dus buiten de spits reizen) en ook later eindigen. Het later eindigen heeft als grootste nadeel dat dit privé voor veel docenten een grote impact heeft. Echter, er zijn ook docenten die dit wel kunnen regelen. Als er een goede balans is tussen beide groepen, dan is het realiseerbaar.

2.     Betrekken van de zaterdag voor onderwijsactiviteiten

Traditioneel gezien is de zaterdag een rustige dag in het openbaar vervoer. Dit betekent dat het reizen op zaterdag een minder groot probleem is. Uiteraard moeten dan de roosters binnen het OV worden aangepast. Net als bij de vorige suggestie heeft het geven van lessen op zaterdag consequenties voor de privésituatie.

3.     Verschuiven van het reismoment

Er is ook een oplossing waarbij de lestijden niet hoeven te worden verruimd. Hierbij integreren we de mogelijkheid van online lessen en fysieke lessen. Dit kan bijvoorbeeld op de volgende manier: we starten de dag om 08.00 uur met online onderwijs. In een voortgezet onderwijsschool zou bijvoorbeeld de dag kunnen beginnen met drie inspiratielessen van 20 minuten, waarin steeds een specifiek onderwerp wordt uitgelegd door een docent. Voor MBO zou dit een digitale instructie les kunnen zijn, voor het HO een digitaal hoorcollege. Na deze serie van lessen gaan de studenten/scholieren op weg naar de onderwijsinstelling. Dit zou dan om 09.00 uur zijn. We trekken hier een uur voor uit. Dit betekent dat de lessen op de onderwijsinstelling om 10.00 uur kunnen beginnen. De lessen op de onderwijsinstelling gaan door tot 15.00 uur, zodat de studenten/scholieren daarna een uur hebben om weer naar huis te gaan. Hierdoor reizen ze volledig buiten de spits. Snel gerekend kunnen we dan voor de studenten/scholieren 5,5 echte uren uur per dag onderwijs verzorgen (exclusief pauzes). Dit zijn 27,5 klokuren in de week. Dit zijn 33 lesuren van 50 minuten. Dit lijkt voldoende onderwijstijd per week.

Het voordeel: 1) studenten/scholieren krijgen nog steeds evenveel les, we hebben alleen de reistijd verschoven, 2) we behouden het goede van de online lessen van de afgelopen periode, 3) we combineren online lessen met fysieke lessen op de onderwijsinstelling.

Schaarste in de publieke ruimte: het openbaar vervoer bezien vanuit meerdere onderwijsinstellingen

Indien alle onderwijsinstellingen de verschuiving van lestijden afzonderlijk zouden organiseren, dan zijn we er nog niet. In bijvoorbeeld de stad Eindhoven zijn ongeveer 60.000 MBO/HBO/WO studenten die dagelijks naar hun onderwijsinstelling toe moeten. Velen maken gebruik van het OV. Het is prettig als we het OV kunnen ontlasten tijdens de spits, maar het is nog steeds niet prettig als ze allemaal tegelijkertijd reizen. Om deze reden moeten onderwijsinstellingen binnen een regio de start- en eindtijden op elkaar afstemmen. Met een verschuiving van 15 minuten kan al veel bereikt worden. Dit betekent dat in een stad bijvoorbeeld de VO/MBO instellingen om 08.00 uur beginnen (met online lessen), HBO om 08.15 uur en WO om 08.30. Hierdoor krijg je (later op de dag) ook een spreiding voor studenten/scholieren in het openbaar vervoer. In het recente verleden hebben de steden Nijmegen en Groningen (vanuit een andere aanleiding) hier al goede resultaten door bereikt.

Schaarste in de onderwijsruimte

Als de studenten/scholieren op de onderwijsinstelling zijn, moeten we nadenken over het aantal. De aantallen die we voorheen gelijktijdig ontvingen binnen de instelling kunnen we nu niet meer gelijktijdig huisvesten. Met deze aantallen kunnen we namelijk de gewenste afstand van 1,5 meter niet garanderen. Splitsing van de groepen lijkt noodzakelijk.

We zien drie mogelijkheden:

1.      We verlagen het aantal benodigde lessen op de onderwijsinstelling. Minder vraag leidt tot een lagere capaciteitsbehoefte.

2.      Ieder fysieke les (dus de lessen na 10.00 uur) wordt ook online gegeven. De helft volgt de les in de onderwijsinstelling, de andere helft volgt de les online. De week erna doe je dit precies andersom, zodat iedereen om de week naar de onderwijsinstelling komt.

3.      Iedere fysieke les wordt twee keer gegeven, maar dan steeds voor een halve groep. Dit leidt tot vraag naar extra docentcapaciteit en extra ruimtecapaciteit. Deze extra capaciteit is er mogelijk niet. Om dit op te lossen kunnen onderwijsinstellingen het aantal lessen per student/scholier reduceren. Zie hiervoor ook punt 1.

Binnen de instelling moeten we het aantal studentbewegingen reduceren, zodat we de kans verlagen dat de 1,5 meter niet wordt gerespecteerd tijdens het wisselen van lokalen. Dit betekent dat we er in het rooster voor moeten zorgen dat niet de student/scholier loopt van lokaal tot lokaal, maar de docent. Dit betekent dat bij een verandering van de les de student/scholier zoveel mogelijk in het lokaal blijft, maar de docent wisselt. We zetten hier heel bewust, “zoveel mogelijk”, omdat er diverse situaties te bedenken zijn dat dit niet kan (bijvoorbeeld dat als het tweede vak een ander type lokaal vraagt dan het eerste vak). Op dat moment moet je het aantal gelijktijdige lokaalwisselingen minimaliseren.

Verder is het mogelijk om pauzes veel te spreiden, pauzes in de lokalen te laten nemen (i.p.v. in een kantine), kleine verschuivingen in de starttijden toe te staan, waardoor instroom en uitstoom van het gebouw makkelijker verloopt met 1,5 meter afstand.

Stappenplan voor 1,5 meter afstand

1.      Iedere onderwijsinstelling bepaalt op CvB niveau de wenselijkheid / mogelijkheid van; 1) verschuiven openingstijden, 2) betrekken zaterdag, 3) verschuiven van het reismoment.

2.      Er moet per regio een overleg zijn tussen de onderwijsinstellingen, waarvan studenten/scholieren gebruik maken van het OV, de openbaar vervoerbedrijven en de gemeente. In dit overleg nemen de onderwijsinstellingen hun logistieke data mee over hun huidige begin- en eindtijden en stemmen zij onderling af wat wenselijk/mogelijk is om de vervoersstromen af te stemmen op de capaciteit in het OV.

3.      Vervolgens stemmen de onderwijsinstellingen intern af hoe vorm te geven aan de onderwijsactiviteiten binnen de in het centrale overleg afgesproken kaders (begin- en eindtijden).

4.      Hierna kunnen de rooster worden gemaakt, waarbij interne bewegingen geminimaliseerd worden.

Binnenkort komen we met initiatieven om de reisbewegingen en de drukte binnen een onderwijsinstelling inzichtelijk te maken, om zo nog beter sturing te geven aan het realiseren van de noodzakelijke stappen.

We hebben de afgelopen tijd gezien dat het onderwijs in een korte tijd veel kan veranderen en veel kan bereiken. Dit kan nu wederom om het opstarten mogelijk te maken. Alleen samen kunnen we onze maatschappij weer intelligent opstarten.

Xedule maakt dagelijks roosters voor 800.000 studenten en scholieren in Nederland. Maak kennis met Xedule! En vraag via ons contactformulier een demo aan.

Gerelateerde artikelen

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.